Maandagmiddag naderen we sluis Weurt. Aan de remming zien we een lijnolie-bruine spits liggen, het is de ‘Stapper’. Stam – eigenaar van de Stapper – vaart alleen, maar moet net als wij naar Spyck. Om het stukje Rijn te doen heeft hij volgens de wet een extra bemanningslid nodig, die kan morgen pas, dus daar wacht hij op. Na een marifoongesprekje komen we tot de conclusie dat hij doormag, als ik met
hem meevaar. Zo gezegd, zo gedaan. Leuk en gezellig om met weer een andere spits mee te varen.
|
|
| |
De Stapper en de Picaro |
Stam is voorzitter van de Algemeene Schippers Vereeniging (ASV), een vereniging die de belangen behartigt van een groep ‘kleine schepen’, van spitsen in het bijzonder. Hij vertelt, onder het genot van een flinke stapel maisbrood, met veel enthousiasme over de idealen van de vereniging. Meer informatie over de ASV staat op: www.algemeeneschippersvereeniging.nl
Na dinsdsag zowel de Stapper als de Picaro geholpen te hebben met
lossen, varen we weer richting Nijmegen. Onderweg wordt een volgende
reis geregeld: 300 ton kunstmest van IJmuiden naar Middenmeer. Woensdag
te laden, dus varen we ’s avonds nog door tot Utrecht. In de loop van
de ochtend arriveren we in IJmuiden, maar pas om 14:30 komen de eerste
korrels uit de pijp vallen. Het laden zelf gaat vrij vlot, zodat we
voor sluitingstijd nog door het brugdichte Zaandam kunnen. Na Zaandam
wordt het donker buiten. Pikdonker is het op het Alkmaardermeer. Een
mooi gevoel geeft zo’n meer in het donker mij altijd, met al die rode
en groene tonnenlampjes die uit- en aanflikkeren, hier en daar wat
lichten op de wal, en verder niets behalve het motorgeronk... De
‘duistere’ kant van het varen krijgt zo een melancholisch tintje. Thijs
staat overigens wél met beide benen op de grond, het is ruim tien jaar
geleden dat hij hier voor het laatst geweest is, en het valt – zelfs
met radar – niet mee om alle bochten, zijslootjes, en tonnen te vinden.
Alert blijven dus! Als dan net-voor-Alkmaar de motor weer begint te
halen is het melancholische er bij mij ook wel weer af. ‘Hè, verdomme,
de brandstoffilter is wéér dichtgeslibt! In Middenmeer gaan we de
gasolietank echt schoonmaken hoor!’ Maar eind goed, al goed; laat in de
avond liggen we dan eindelijk vast in Alkmaar. Eigenlijk uitzonderlijk
voor een spits, om tot zo laat in de avond door te varen.
|
|
 |
Alkmaar
|
Zaandam |
Zaanse Schans |
“Het lijkt hier Frankrijk wel!”, moppert zowel mijn kapitein als de
enige tegenligger van vandaag (des donderdags). Tja, het varen hier in
Noord-Holland heeft wel wat weg van Frankrijk: de kanaaltjes zijn niet
diep, dus het is grotendeels door de modder baggeren, in plaats van
opschieten. De sluis op het ene kanaaltje moet je 24-uur van tevoren
bestellen, terwijl de brug in het volgende kanaaltje in 15 minuten
geregeld kan zijn. Alle verschillende bruggen en sluizen vallen
natuurlijk onder allemaal aparte gemeenten, met andere telefoonnummers
en bedieningstijden. En als klap op de vuurpijl is er één sluismeester
met zijn auto de sloot ingereden, zodat de andere vrijwel alle bruggen
en sluizen op klein vaarwater in Noord-Noord-Holland moet bedienen. Die
moet ’s morgens eerst nog ingelicht worden van de situatie, dus voordat
de beste man bij de Roskamsluis aangesjeesd komt, liggen wij er al zo’n
drie kwartier boven te wachten. De volgende twee sluizen en bruggen
gaan echter wel sneller, zodat we ’s middags nog in Middenmeer beginnen
met lossen. Na twee uur is het weer afgelopen: de motor van de lopende
band (ook onderdeel van de losapparatuur) heeft het begeven… ‘Morgen
verder’ mits het motortje gerepareerd is. Vervelend, maar het schept
wel tijd voor andere klusjes, zoals het schoonmaken van de
bakboord-gasolietank. Geen al te fijn karweitje, maar er zijn zat
werkzaamheden te verzinnen die nog stukken lager op mijn hobbylijst te
vinden zijn!
Vrijdag in de loop van de ochtend is de kraan gerepareerd. ‘Dat is dan
wel weer héél on-frans, dat was in Frankrijk zeker na het weekend
geworden!’ klinkt het meteen. Na de rest van de kunstmest gelost te
hebben gaan we (na tig telefoontjes naar de regionale sluis- en
brugtelefoonnumers) via het Noord-Hollands Kanaal weer richting
Zaandam. Met een tussenstop in Sint-Maartensvlotbrug, komen we daar
zaterdag aan. En na een ‘schipboenbeurt’ van mijn kant en een
Grieks-avondmaal van de ‘Picaro-kant’, mag ik na zes weken stagevaren
een paar dagen met verlof.
|