|
Na de prettige Yonne-tijden is het dinsdag wel weer erg vroeg als we om 06:00 sluis Isle-Adam invaren. “Het zijn tegenwoordig ook geen Franse tijden meer op de Oise!” moppert Annemarie als ze boven komt. Maar als we even later over de marifoon horen dat de sluis net één uur na ons gestremd is, mogen natuurlijk helemaal niet klagen! In sluis Venette schutten we samen met goede bekenden, de Franse spits Kaïros. Ze nemen vaak – tegen vergoeding – (Nederlandse) passagiers mee en hebben een website: http://kairospeniche.canalblog.com. Ze gaan echter in Compiègne bunkeren, en daar willen we niet op wachten, het blijft dus bij een kort weerzien.
|
Woensdag, we zitten we weer op klein spitsenvaarwater. Dat blijf ik
toch wel tien keer leuker vinden dan de grootschalige, snelle en
weinig-sluis-bezittende vaarwegen, ondanks dat het alweer de vierde
keer in korte tijd wordt dat ik het Canal de St-Quentin zal doen. Maar
hoe leuk, mooi en afwisselend het varen hier ook is, deze ronde schiet
het weer niet zo op; twee langzame buren voor ons en aan de vijf
sluisjes boven Saint-Quentin ook nog een reeks tegenliggende schepen
van de ochtendramé richting zuid. In plaats van varen is het meer:
drijven, fotograferen, drijven, sluis(!), stukje varen, drijven…
Uiteindelijk arriveren we om 19:00 bij de tunnel, waar we aan kunnen
sluiten bij een échte Rame. Morgenochtend vroeg vertrekken we met negen
spitsen. |
Wachten bij Saint-Quentin
|
|
|
De tunnelpassage blijft prachtig, maar het wordt wel ietsje
minder wanneer ikzelf ‘het pookje’ in handen magnemen; het valt niet
mee om zowel kop als kont langere tijd tegen de glijbalk te houden!Na
de tunnelpassage hebben we echter tijd genoeg om uit te rusten, want we
kwamen gisteren als zevende aan de tunnel, dus zijn we vandaag ook weer
zevende schutting aan de eerste afvarende sluis. Het kanaal aan de
noordkant van de tunnel bevat meer sluisjes dan ‘the other side’, leuk
voor de afwisseling, maar met zes (diep)geladen schepen voor en weer
een hoop tegenliggers. Zit er wederom weinig snelheid in. Snelheid die
we eigenlijk wel nodig hebben, willen we zondag Vlaanderen nog
doorkomen. Vrijdag 1 mei is een nationale feestdag, dus dan wordt er op
dit kanaal ook al niet geschut. We komen ’s avonds tot Thun-l’Eveque,
als alles meezit kan het nog. |
 |
Dankzij www.spitsen.be maken we er een gezellige vrije vrijdag
van in Iwuy. Er is een uitgebreide rommelmarkt. Je kan het zo gek niet
verzinnen of het is er te koop: ski-attributen, 2e hands ligbaden,
complete auto’s en zelfs (hoogstwaarschijnlijk uit het kanaal
opgeviste) olieblikken!
Zaterdag wordt er weer gevaren. Het doel is de laatste sluis
op de Schelde, sluis Asper. We beginnen als derde schutting (valt nog
te overzien), maar aan Pont-Malin – de eerste Scheldesluis – is het
helemaal afgelopen. De motor van een van de benedendeuren heeft het
begeven, dus de sluis is voor onbepaalde tijd gestremd. Als we over de
Leie gaan zullen we sowieso ergens in Vlaanderen blijven steken, dus
blijven we maar boven de sluis wachten tot-ie gerepareerd is.
|
We vullen
de tijd met het ankerlier + draad invetten, afgewisseld met af en toe
een bezoekje aan de sluis voor ’n kijkje en ’n babbeltje met collega’s.
Je komt zo nog eens wat te weten. Zo heeft de bewuste motor ongeveer
dezelfde leeftijd als mijn leermeester, geen wonder dat hij het dan
eens begeeft! Eind van de middag is de motor van de (allang buiten
gebruik gestelde) middendeur naar de benedendeur verplaatst, op hoop
van zegen. En jawel, dié doet het nog! Mooi, dan kunnen we weer door.
Eerst een volle schutting spitsen op, en dan gaan wij met vijf andere
spitsen af. We komen tot Valenciennes, waar we tot laat in de avond nog
een cityview maken. Vlaanderen in komen we morgen niet meer, laat staan
uit, dus wordt het in ieder geval een ongestreste zondag.
|
| Panne-praat |
|
|