|
vrijdag 19 juni 2009 |
| De gerst wordt ‘s maandags vanuit de silo in Chateau Landon met twee,
op en neer rijdende, camions naar de laadplaats gereden. Daar deponeren
ze het op een lopende band, waarmee het in de Picaro uitgestrooid
wordt. Het is flink zweten om alle gerst goed over het ruimoppervlak te
verspreiden, maar uiteindelijk past er (deze keer) wél 250 ton in. Na
belading varen we door tot Nemours, waar we – ondanks de stromende
regen – een “tóch nog 5-meter kanalen in deze stageperiode + bedankt!”
etentje doen. |
|
| |
De laadplaats
|
 |
Dinsdagmiddag zijn we het kanaaltje alweer uit. Het was kort, maar
zeker krachtig! Nu we weer op diep vaarwater zitten, kan het schip ook
geboend worden. In het Canal du Loing had dat door de hoge bodem weinig
nut; dan spuit je meer modder dan water op het schip! De rest van de
Seine- en Oisedagen worden gevuld met het afmaken van het
schoolverslag, en de bijbehorende technische onderzoeken.
|
|
Donderdag varen we van Isle-Adam naar Campagne, aan het Canal
du Nord. Als ik ’s avonds rond 22:00 buiten een rondje loop is de zon
nèt onder, kleurt de lucht roze, is het windstil, warm en nevelig. Met
het uitzicht over een uitgestorven Frans landschap. Wauw, wat een land!
Het is een mooi moment, dat me bij zal blijven als het einde van een
evenzo mooie periode, de matrozenstage, die er nu – na 546 sluizen en
zo’n 3000 foto’s – echt bijna opzit. Zondag, in Kortrijk, zal ik
afstappen. |
De laatste Franse sluis...
|
|
Het was mooi varen, gezellig en bovenal ontzettend leerzaam...
|